Dag twee. Opwarmen aan prachtige vergezichten.

De nachtvorst was uit mijn lijf, de koffie zat erin. Tijd om weer op weg te gaan. Ik had in de namiddag een afspraak met een ‘Belg in Frankrijk’. Ik mocht eens gaan kijken op zijn boerderij, ergens weer helemaal verloren op het Fransche platteland. Met nog zeeën van tijd en een beperkt aantal kilometers te gaan, besloot ik niet rechtstreeks naar de autoroute te rijden, maar eerst een stuk Departementale te volgen. Iets trager, maar het geeft een beter beeld van de streek.

Voornaamste vaststellingen? Hoe heerlijk leeg is Frankrijk! Akkers zo groot als een dorp, bossen daartussen en zo nu en dan een dorp. Heel vaak dorpen die lijken leeg te lopen. Dorpen waar zowel de boucherie, de boulangerie, le bar tabac en alle andere bronnen van vreugde gesloten zijn. Het lijkt wel of de enige plek waar je nog proviand kan inslaan, de supermarché is. Het valt allemaal wel rationeel te verklaren, maar het doet toch afbreuk aan de charme van het platteland en zijn gemeenschappen.

Nog te vroeg kwam ik in de buurt van de boerderij waar ik verwacht werd. Tijd voor een wandeling dus. Op een plek midden in de velden en de weides. Net onder vier gloednieuwe windmolens. Ik werd al snel aangesproken door een plaatselijke boer. Hij dacht even dat ik un gardien was, ingehuurd om met de hond F ( een Duitse Herder…) het terrein rond de windmolens te bewaken. Als ze eens wisten wat voor een doetje ze is. En ondergetekende misschien ook wel.

Uur van afspraak brak en, trouw aan mezelf, stipt op tijd was ik ter plaatse. Ik kreeg een uitgebreide rondleiding op een prachtige plek. Glooiende heuvels, kilometers ver open zicht, weides, beken, bossen… ik moet bekennen dat ik zwaar onder de indruk was. En neen, geen zorgen, ik verhuis niet. Ik was gewoon nieuwsgierig. Naar de plek en alle mogelijkheden. Ik mocht me daar installeren voor de nacht. Extra relax, want deze keer stond ik niet op een parking, maar in een als het ware privé park. Hectaren groot en niemand in de buurt.

In mijn wereld kan ik niet naar Frankrijk gaan zonder minstens één keer een blik Cassoulet te eten, liefst van William Saurin. Noem het een misvorming of een herinnering. Maar het blijft smaken. Vroeger ging dat samen met suikerzoete gele limonade, nu verkies ik een 1664 Kronenbourg. Ook lekker. De dag sloot ik af met een wandeling, rustig, met een rondvliegende F, dat wel. Het is dan ook haar verjaardag, dan mag er iets meer, niet waar? Als kers op de taart, stappen er twee reeën in alle rust door een weide. Als ik u dan vertel dat ik heerlijk sliep, zonder te bevriezen, wakker werd van de opkomende zon en t gefluit van de vogels… Dan weet u waarschijnlijk wel dat ik aan dergelijke dagen écht kan wennen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s