Drijven.

Een zaterdag. M is op een verkleed-verjaardagsfeestje. N, de oudste en vrolijk bezoeker van het middelbaar, moet studeren. De examens naderen. In de tuin loopt de hond Friedel, B en L vinden niet dadelijk iets om te doen. Al die puzzelstukjes leiden tot de beslissing: ik ga wandelen. Hond en kinderen uitlaten. Mezelf ook.

We hebben het geluk in de buurt te wonen van een van de mooiste stromen van ons land, de Nete. Soms denk ik dat ik het beter niet zou rondbazuinen, want het is er nu heerlijk rustig. Ideaal om een hyperactieve pup van 7 maanden uit te laten dus. Kilometers natuur, bossen, velden, ruimte en lucht. En echt niemand die mee komt genieten. Houden zo, zou ik denken.

Maar goed, ik wijk af. Ik wil u vertellen over de jacht. Een drijfjacht waarin we ons plots bevonden. We hoorden al een paar keer schoten in de verte. Uiteraard gevolgd door een paar vragen van de kinderen. Zijn we veilig? Waar schieten ze op? Waarom?

Zolang er niets of niemand te zien is, hou ik het graag een beetje abstract, zonder te verbloemen. Maar plots lopen we naast een bos. Wij op de dijk, het bos iets lager. In het bos, fluorescerende mannen die roepen, met stokken op de grond slaan en op een lange rij lopen. Reeën opjagen, dat is het plan. Op het einde, waar het bos stopt, staan de jagers. Klaar om te schieten op alles wat zonder fluo het bos uitkomt. Kinderen vinden het toch maar raar en ‘toch niet echt eerlijk.’

Gelukkig zien we slimme reeën. In plaats van weg te rennen van de drijvers, rennen ze er tussendoor, weg van de jagers. We zien er twee aan hoge snelheid diep in het bos verdwijnen. Gelukkig vindt Friedel de reeën niet zo heel interessant en komt ze terug wanneer ik fluit. Een derde ree ziet een andere uitweg. Ze duikt de Nete in en zwemt naar de overkant. Oef! Aan de overkant loopt het dier zich even vast in een afsluiting, maar al snel vindt ze een goede vluchtweg.

B en L zijn toch best onder de indruk en stellen, eens de rust is wedergekeerd, veel vragen. Tijd om de leerkracht in mezelf weer even boven te halen. Jacht, wildbeheer, verstandig en gericht schieten. U kent de argumenten waarschijnlijk ook wel. Maar diep vanbinnen voel ik toch ook medelijden. Echt eerlijk is zo een drijfjacht toch niet…

Kinderloos weekend met kinderen

Ook in een weekend waarin de kinderen bij moeder zijn, slagen ze erin zeer aanwezig te zijn. Deze keer niet met behulp van moderne media of iets dergelijks. Neen, deze keer zijn ze erbij dankzij mijn vrienden en kennissen. In gesprekken. Leuke gesprekken wel, geruststellend en opluchtend. Al is dat laatste woord waarschijnlijk niet helemaal correct, zo voelt het wel.

Ik ontmoette de afgelopen dagen een stel vrienden van mijn jonge leeftijd en allen zijn ze ook ouders van kinderen met dezelfde leeftijd als de mijne. Hoog tijd dus om verhalen uit te wisselen en te polsen of het ook bij hen soms anders loopt dan je het als ouder in je hoofd hebt. En driewerf hoera…

We zijn niet alleen. Ook in andere gezinnen lijken de puberhersenen vaak maar op 50% te werken, vergeten kinderen weleens wat opruimen is, vindt een 13 jarige het leven geregeld ‘kei oneerlijk’, probeert een jongste al wel eens onder taken en opdrachten uit te muizen.

Ook in andere gezinnen winden de dochters hun vader om de vinger en doen de zonen dat bij de mama. Niet alleen ondergetekende brengt heel wat van zijn ‘vrije tijd’ door in de auto, op weg naar en van de hobby’s van de kinderen. Meer nog, ook bij de anderen zeuren ze over het eten en vinden ze dat ze veel te weinig kleren hebben.

Kortom, een weekend zonder kinderen maar met vrienden, zelfs dan draait het nog vaak rond de kinderen. Over het eten, de drank, de flauwe moppen en goede gesprekken, daar vertel ik u graag een andere keer over.

Vader stelt vast.

Veranderen, ze doen het vanzelf en zonder het te beseffen. Als vader zit je erbij en kijk je ernaar. Ik bedoel het op dit moment vooral op L, zesde leerjaar, 11 jaar. Tot enkele maanden geleden bestond het leven uit paarden, spelen op straat, lezen, hangen bij vader, grote zus zijn voor kleine zus M.

Sinds een paar weken, werd er een nieuw item aan de lijst toegevoegd. Ze ontdekte als het ware het wezen ‘de jongen’. Gevolg: gegibber, blozen, gefluister,… Aan tafel worden de klasgenoten besproken, wie is knap, die zijn haar, de schoenen van de andere, nog een die blijkbaar raar praat…

Om dan te komen tot die ene, die ene jongen. Hij die haar doet blozen, harteklop, ze stamelt en blinkt, ze ratelt en is verlegen. Ja, het is zover. Vader stelt vast. De oudste dochter is verliefd. De gelukkige is een jongen uit het naburige dorp, van een jaar jonger. Maar papa, dat zou ge echt niet zeggen. Die is lief, doet niet zoals de andere jongens, die praat gewoon. En die zijn haar papa, dat is zo mooi!!

Twee dagen terug, aan de supermarkt, kort na school. We huppelen over de parking naar de ingang, met een vrolijk kwetterende L aan mijn zijde. Als plots… L wordt stil, bloost, staat wat te draaien. Ik bekijk haar, volg haar blik. En daar, daar staat een jongen. Met dezelfde reactie bij het zien van mijn dochter.

Vader, zet u schrap. U betreedt een heel nieuwe fase…

Alles komt terug

We zeggen en schrijven ergens einde jaren ’80. Een kind-versie van ondergetekende staat aan de hand van zijn moeder aan te schuiven in een lange rij. Klaar om, naar jaarlijkse gewoonte, de boekenbeurs te betreden. Dé boekenbeurs in de grote stad. In de rugzak, want die mochten toen wel nog binnen, sandwiches, drinkbus en vooral… 1000 frank. Want dat was de afspraak, elk kreeg duizend frank ( voor de jonge lezers: 25 euro) en mocht daarvan boeken of strips kopen.

Jaar na jaar werd het een haast onmogelijke opdracht… Al die boeken, al die auteurs die klaar zaten om te signeren, strips van zoveel verschillende helden en heldinnen… en daar moest ondergetekende dan uit kiezen. Misschien twee boeken en een strip?

We reizen even door de tijd en schrijven nu november 2017. Ondergetekende staat als vader-versie met kinderen aan de hand aan te schuiven voor de ingang van de boekenbeurs. Dé boekenbeurs in de grote stad. Tickets werden online gekocht, rugzak is niet mee. Dat mag niet meer. Veiligheid en zo, u kent het verhaaltje wel. Kinderen hebben geen geld op zak, maar weten wel dat ze voor 50 euro mogen kopen, elk. Betalen doen we met de kaart, we gaan mee met de tijd. Eten en drinken kopen we ook ter plekke. Een flesje water van 0.5 liter aan de prijs van een bak water in de supermarkt. Een broodje aan een hippe foodtruck, lekker doch de prijs is minder smakelijk.

Maar goed, we zijn hier voor de kinderen. Al enkele weken keken ze uit naar hun eerste bezoek aan de boekenbeurs. Ik herken het overweldigd zijn door het aanbod, het niet weten waar eerst kijken. Jommeke wandelt voorbij, de Gruffalo laat zich zien, auteurs spreken hen aan om over hun boeken te vertellen. En zij, zij kijken, lezen, twijfelen, draaien, pakken en leggen terug… Om na een paar uur moe maar heel erg tevreden buiten te komen en al in de auto aan hun boeken te beginnen.

Hoe zegt men dat? Alles komt terug…

Trots doch bezorgd

B, intussen 9 jaar. Een jongen maar geen jongen-jongen. Lange blonde krullen, graag aan het tekenen, lezen, knutselen. Fan van kleurige kleren, trotse bezitter van een aantal blinkende prinsessenjurken. En bovenal, zeer enthousiast balletdanser. Een combinatie die zorgt voor veel trots bij deze vadervanvier.

Trots dat hij is wie hij is en dat ongehinderd durft zijn. Trots dat hij kiest voor wat hij leuk vindt, ongeacht mogelijke reacties van de spreekwoordelijke ander. Trots dat hij niet per deficitie kiest voor de makkelijkste weg, maar heel erg goed voelt en weet wat hij wil en, nog meer, wat hij niet wil.

Maar trots gaat hier soms samen met bezorgdheid. De eigen weg, de weg van ‘ik weet wat ik wil’, is niet per definitie de makkelijkste. En al helemaal niet in een klein dorpje waar de meeste mensen elkaar kennen, als ze al geen verre familie zijn van elkaar. Het principe ‘ doe maar gewoon’ geldt als leidraad. Voorlopig is B sterk genoeg om het te negeren en staat hij over het algemeen gelukkig in het leven.

Je kan als vader alleen maar hopen dat dat zo blijft en dat hij niet te vaak in aanraking met negatieve reacties…

Schilderen

Een jaar en een half. Zo lang wonen we nu al in ons nieuwe huis. Een plek waar we graag vertoeven, waar we met plezier de dagen doorbrengen. Ook al veranderden we niets toen we er kwamen wonen. Dezelfde lelijke kleuren nog op de muren van de slaapkamer (denk bijvoorbeeld aan zwembadblauw…), het foute maar net niet genoeg foute behang in de leefruimte… Het is onmogelijk het niet te zien, maar het stoorde me nog niet voldoende om er iets aan te doen.

Maar nu, ten aanval! Gedaan met zwembadblauwe muren, grasgroene wanden en knalrode randen. We gaan voor wit, gebroken wit, om exact te zijn. Morgen is het zover. Een vriend komt me helpen, een vriend met twee rechterhanden en  kennis van zaken. Het zorgt voor evenwicht…

Kamers zijn redelijk leeg, plastiek om af te dekken ligt er, de verf roept elke dag een beetje luider… We zijn er klaar voor! Ik hoop u binnen drie dagen te kunnen melden dat alles vlot verliep en er geen verfpotten omver gelopen werden. Voor de zekerheid, hebben we werken gepland in een week dat de vier bronnetjes van vreugde bij hun mama zijn. We willen het lot immers niet tarten… toch?

Symbool

Herfstvakantie. Ze zit erop. Het is weer voorbij, het echte leven klopt alweer zachtjes op de deur. Morgen ieder weer naar school. Voor allen was het een fijne en ontspannende week, enkel de zevenjarige M deed meer dan enkel genieten. Zij werd ziek. Een of ander virus dat in huis geslopen was en hier een slachtoffer koos in onze kleinste, ook wel eens baby genoemd.

Hoofdpijn, keelpijn, koorts, traag,… Ja, we kregen de hele lading. Om toch zeker te zijn van voldoende aandacht, herhaalde ze vaak genoeg a) dat ze ziek was en b) dat ze toch ook wel buikpijn had. Waarom buikpijn?

Omdat vader geen zin heeft om braaksel op te kuisen, wordt er bij het uitspreken van het woord buikpijn al snel een kom gegeven. Om in te braken, indien nodig. Alles liever dan sappen en brokken op te rapen, dat begrijpt u wel.

Maar blijkbaar is een kind in dit huis niet echt ziek, als er geen kom aan te pas komt. Ook al at ze goed, dronk ze voldoende en was er helemaal geen buikpijn als er dessertjes tevoorschijn kwamen. Toch, toch moest en zou de kom overal mee naartoe. Want ten huize S is niet het rode kruis een teken van ziekte, nee. Het symbool van de zieke is de kom.