Een warme oproep!

Ik ben, zoals sommigen wel weten, al enkele maanden thuis. Depressie, burn-out, bore-out, u mag zelf een naam kiezen. Ik heb nooit de behoefte gehad er een exacte naam op te plakken. Zoals vaker is het waarschijnlijk een combinatie van meerdere dingen.

Ik heb erg diep gezeten, doodop, ongelukkig, aan alles twijfelend. En laat me u verzekeren, dat is geen pretje. Echt niet. Maar ik ben er bovenop. Zo goed als. Nu en dan een donkere dag, maar die zullen er bij blijven horen. Dat heb ik aanvaard en vind ik ok.

Sinds enkele weken durf ik zeggen dat het beter gaat, dat ik er zo goed als door ben. Ik heb ook besloten eindelijk weer aan het werk te gaan, ik kijk er naar uit. Aan de andere kant besloot ik ook om me even de tijd te gunnen. Tijd om een job of functie te vinden die me biedt wat ik zoek én ook de tijd om de batterijen echt weer op te laden. Allemaal stappen die ik zette in samenspraak met mijn arts en mijn jobcoach.

Maar goed, er moest even iets uit. Komt ie!

Terugkijkend op de periode die nu stilaan achter me ligt, stel ik vast dat echt medeleven, begrip en sympathie vaak ver te zoeken zijn als het gaat over ‘ziek zijn in het hoofd’. Versta me niet verkeerd, ik ga hier geen klaagzang afsteken. Ik ben erdoor en heb er heel veel uit geleerd. Misschien is het voor de bedoeling om toch iets meer empathie te creëren.

Ik ging een paar keer op vakantie. Aanvankelijk om even weg te zijn van alles, om even te vluchten van alles wat me naar beneden haalde en om te zoeken naar schoonheid. Schoonheid die ik vaak vind in de natuur. Ik ging later op reis in groep. Onder andere om te zien of ik klaar was om weer in groep te functioneren. Ik wandelde veel. Dat gaf, en geeft me nog steeds, rust. Ik probeerde de kinderen zo vaak mogelijk met de fiets naar school te brengen. Fijn, gezond en goed voor het milieu. Ik zocht, met andere woorden, naar zoveel mogelijk rust en positieve input om de strijd in mijn hoofd te kunnen blijven voeren en er niet aan ten onder te gaan.

Ik heb me daar nooit voor geschaamd en dat doe ik nog steeds niet. Ik heb daar open over gesproken en deelde het ook op de social media. Maar dat ligt blijkbaar zeer moeilijk. Als je thuis bent op doktersbevel, word je duidelijk niet geacht leuke dingen te doen. Je moet ongelukkig in je bedje liggen en vooral niets moois delen met de wereld. Want dan komen de reacties… ziek thuis en toch op verlof… als ge kunt gaan wandelen, kunt ge ook werken… ik wil ook wel eens rustig gaan fietsen en mooie zonsopgangen zien… profiteren van het systeem, dat is het ja…

Je kan blijkbaar maar beter thuis zitten met een fysieke ziekte. Daar is meer begrip voor. Dat is me erg duidelijk geworden. Vind ik dat erg? Voor mezelf niet, ik heb er heel veel uit geleerd. Soms krijg je heel warme reacties en steun uit hoeken die je zelf niet eens wist liggen, anderen die je als nabij beschouwde hoor je niet of negatief. Niet altijd prettig, wel leerzaam.

Afsluitend een warme oproep. Oordeel niet te snel, toon wat begrip en zorg goed voor jezelf en je naasten. Opdat noch jij noch zij belanden waar jammer genoeg steeds meer mensen belanden.

Er is een zeker verschil.

In een, althans in mijn hoofd, niet zo ver verleden, diende de vrijdagavond om af te spreken met vrienden, pinten te drinken, te kletsen en frequent op zaterdag wakker te worden met een erg enthousiaste kater in het hoofd. Ik vermoed dat er heel wat onder jullie zijn die zich dat nog kunnen herinneren of die dat patroon nog toepassen.

Zoals de titel al zegt, er is een zeker verschil. Ik neem graag de laatste vrijdag als voorbeeld.

Na school pik ik de kinderen op, we komen naar huis en ik start met de voorbereiding van het voederen. Er moet namelijk op tijd gegeten worden, de voetbaltraining en de balletles wachten nog op ons. Tegen half zeven verdwijnt N met de fiets naar de plaatselijke voetbalclub en stap ik met B in de auto naar de balletles. Omdat die les een uur duurt en het te zot is om op en af te rijden, wacht ik in de mooie gemeente H Op den B. Ik besluit een bezoek te brengen aan een van de leukste cafés van bovenvermelde gemeente, namelijk Staminee De Living (ongegeneerd maak ik hier even gratis reclame.)

Een huisgemaakte ice-tea en een tonic pompelmoes later, verlaat ik het etablissement. Voldaan van fruitsappen en suikers, een fijne babbel met de bardame en een flukse 80 jarige Heistenaar zorgden voor de nodige verbale input. Een heel uur op café op vrijdag, alcoholvrij,… zei ik al dat er een verschil is?

De rest van de avond zitten we met zijn allen in de zetel. Frangipane uit de oven, thee erbij. Eerst Thuis kijken, in uitgestelde modus. Daarna schakelen we over naar een commerciële(re) zender die kinderen en jongeren de kans geeft te zingen voor een live-publiek en heel wat kijkers. Had u me een aantal jaren geleden verteld dat ik daarnaar zou kijken en dat nog leuk zou vinden ook, ik had u zot verklaard.

Maar na een drukke week en zo net voor de vakantie, met zijn allen in de zetel en genieten van de rust en het samenzijn. Ik word waarschijnlijk stilaan oud, maar het deed erg veel deugd. En dankzij de 8-jarige Westvlaamse André Hazes zorgde voor de kers op frangipane!

 

Het komt dan misschien toch nog goed!

Vrijdagochtend. Voor vertrek naar school. M meldt me, even voor de neus weg: papa, ik heb alle stekkers uitgetrokken op mijn kamer. En op de gang. Want nu we voor twee weken naar mama gaan, is het een beetje gek dat bijvoorbeeld mijn wekker de hele tijd stroom verbruikt. L en B bevestigen dat zij hetzelfde deden, N gaat in stilte naar boven en meldt daarna dat hij hetzelfde deed.

Uit deze korte anekdote durf ik verschillende besluiten te trekken.

Als de jeugd stilstaat bij het verbruiken van energie, dan is er hoop voor de toekomst. Als zij beseffen dat ze met kleine daden een groot verschil kunnen maken, geloof ik dat het misschien toch nog allemaal goed kan komen.

Dan durf ik ook besluiten dat het gezaag als ‘doe de lichten uit, doe de deur toe, douche niet te lang’ en ander vrolijks, misschien toch af en toe binnenkomt én dus ook effect heeft.

Dan denk ik ook te mogen zeggen, op deze dag van de leerkracht, dat het onderwijs ook effect heeft. Het werken met de actualiteit en leren over energieverbruik en de verschillende bronnen, zorgt er mee voor dat er een bewustzijn ontstaat. Waarvoor dank, beste leerkrachten. Idem voor de jeugdbewegingen ( hier Scouts en Chiro) die al eens zwerfvuil rapen, het fietsgebruik promoten,…

Ik voel dan ook weer hernieuwde energie (!!) in mezelf om vol te houden in het bewust omgaan met het milieu en het nadenken over het gebruik van de auto, droogkast, afwasmachine en andere grotere energievreters.

Voornaamste besluit. Ik ben best trots op hen. Nu duimen dat die houding zich een beetje zal nestelen in wie ze zijn en zullen worden.

Kleine noot voor de aandachtige lezer: twee weken naar de mama? Jullie doen toch week-week regeling? Klopt, een terechte bedenking, jij aandachtige lezer. Maar ondergetekende krijgt de kans, met dank aan #Bootz en #AndersReizen om morgen te vertrekken, als vrijwillige reisbegeleider, naar Armenië. Moet ik nog zeggen dat ik daar blij van word?

Wil de wereld even meewerken?

Ik nam me voor te proberen niet in de val der clichés te trappen. Eerlijk te zijn, te delen wat goed gaat. Eerlijk te vertellen over wat moeilijker gaat. Niet alleen te jubelen, maar ook zorgen te delen.

Maar dan wordt mijn oudste dochter 12… een kantelpunt, zo voelt het toch een beetje. En dan is het heel erg moeilijk om dat alles te verwoorden zonder te hervallen in clichés. Ik wou een poging ondernemen, maar misschien drukken die stereotypen wel gewoon het beste uit wat ik ervaar.

Sinds een maand elke dag met de fiets naar het middelbaar, lessen leren, taken maken. Andere interesses, andere mensen, nieuwe vrienden en vriendinnen. Zo nu en dan een ‘ en die jongen is echt suuuuuperknap, papa!’ Dat ze het moeilijk heeft af en toe en, nog leuker, niet eens weet waarom, maakt het vaderlijke leven alleen maar euh… boeiender. Ja zo ga ik het noemen.

Die verandering van een klein meisje naar een groot meisje naar, hopelijk niet te snel, een jonge dame, ik vrees de die onherroepelijk is ingezet. En dat vervult me met verschillende gevoelens. Trots, dat zeker. Ze is een topper en ik ben er zeker van dat dat zo zal blijven. Ook een beetje angst. Ik vind het anders, een dochter loslaten ipv een zoon. Dat ligt aan mij, dat weet ik wel. Maar het gevoel is er wel. Snelheid, nog een cliché dat echt wel waar is. Ik weet nog dat ze mini was, klein, afhankelijk. Nu zoekt ze steeds meer zelf haar weg, stapt op een pony en meldt me dan trots dat ze meer dan een meter hoog sprong… ik verwijs hier graag even terug naar dat gevoel van angst. Bij mij, niet bij haar.

Ach, we doen voort. Proberen er een zo mooi mogelijke versie van een mens van te maken. Met een warm hart, stevige voeten en een open hoofd. Als de wereld nu even wil meewerken, dat maakt het voor iedereen toch wat aangenamer.

Dekselse donderdagen…

Intussen is het vijf jaar geleden. Vijf jaar geleden zetten we een punt achter ons huwelijk. Vijf jaar geleden haalden we ons leven en dat van de kinderen grondig overhoop. Een beslissing die, nu terugkijkend, juist en onvermijdelijk was. Een beslissing die rust en ruimte bracht. Vanaf dag 1 was gedeeld ouderschap, in een week-week systeem de weg die we kozen. Ook daar ben ik nog steeds erg blij om. Alleen die dekselse donderdagen…

Ook nu nog is steeds de donderdag een moeilijke dag. Een dag die ik maar niet ‘onder controle’ krijg. De wissel is steeds op vrijdag, na school. De donderdag voor ze terug naar hier komen, ben ik altijd erg onrustig. Zie ik op tegen de laatste 24u zonder hen, zou ik de tijd willen doorspoelen om eindelijk weer de vier hier te hebben. Hun gepraat, gelach, geruzie, rommel, schoolwerk, hobby’s en bijbehorend rondrijden… Het kan niet snel genoeg vrijdag worden.

De andere week, nadat ze een week hier waren en ik weer een week lang geprobeerd heb een zo goed mogelijke vader te zijn, is ook een moeilijke dag. Vooral de avond dan. Ik ben moe. Er is overal rommel, overal liggen spullen, iets waar ik altijd goed tegen kan. Maar als ik weet dat ze weer weggaan, verdraag ik het minder. Ik wil niet de hele week kijken op hun spullen en aldus geconfronteerd worden met hun afwezigheid. En ik wil het ook niet allemaal zelf moeten opruimen. Alles wat weer mee moet naar hun andere thuis, moet bij elkaar gezet worden. En we doen allemaal heel erg ons best om dat te beperken. Maar voor vier kinderen, je hebt snel heel wat spullen nodig. En hoe meer er mee verhuist, hoe meer kans dat er iets vergeten wordt.

Die combinatie vermoeidheid en nood aan opruimen en verzamelen, zorgt steevast voor spanning. Giet daarover een saus van schuldgevoel ( maak het maar gezellig, straks zijn ze weer een week weg…) en u begrijpt hopelijk waarom ik voor deze titel koos.

Ik geef graag mee dat ik u ook zou kunnen vertellen over de vrolijke vermoeide vrijdag. Ik ontken niet dat ik én doodop ben op vrijdag én ook een beetje vrolijk word van de rust en stilte in huis en van de zee aan tijd die ik nu helemaal zelf mag invullen. Nu ja, tot de volgende donderdag toch…

Zoeken naar het echte leven

School is weer bezig, twee weken arbeidsvreugde hebben we achter de rug. Nu ja, vooral de kinderen dan. Ik blijf, in overleg met dokter en coach, nog even thuis om gericht te kunnen werken aan en  naar de nieuwe toekomst. Hierover later misschien meer. Maar mocht u denken, die man zou best… worden of dit of dat beroep uitoefenen, voel u vrij uw suggesties te delen. Ik ben benieuwd!

Waar ik het nu vooral over wil hebben, is het terugvinden van het ritme van het echte leven. Het is het eerste schoolweekend dat we dit schooljaar samen doorbrengen. Tot voor kort, was het nog vakantie, mocht alles, veel toch, en moest er weinig. En nu plots moet er georganiseerd worden.

De hobby’s zijn er weer. Huistaken en lessen staan te blinken in schoolagenda’s. M vertrekt maandag voor drie dagen op zeeklassen ( blij voor haar, iets minder voor mij) en is dus een beetje, hoe ga ik het zeggen, actiever dan anders. Kortom, het is weer even zoeken.

Voorlopig zijn N en L nog erg gemotiveerd om van hun schooljaar op de middelbare school een succes te maken. Die doken dus achter hun bureau en deden alvast wat er door hun agenda van hen verwacht werd. Althans, daar ga ik maar van uit. B en M daarentegen hadden iets meer duwtjes nodig om een activiteit te vinden. M dook de tuin in en besloot de hond F te gaan trainen. Het werd een test van koppigheid. De ene wou naar links, de andere rechtdoor. En als u weet dat M 8 jaar is en F een Duitse Herder van 1.5 jaar, is de uitkomst van de test misschien wel te voorspellen.

Met B dook ik de keuken in. Hij wou samen koken. Groot voordeel is dat het eten voor vanavond en morgen al zo goed als klaar is. De boontjes en de patatjes staan klaar voor vanavond, enkel nog t vlees en de saus te gaan. Morgen na de Chiro ( N en L) en de scouts ( B en M), moet ik enkel nog spaghetti koken en de vegetarische saus opwarmen. En tussendoor flansten we nog een “ wat ligt er hier allemaal nog in de frigo” soep in elkaar.

Ik durf alvast zeggen dat het een best geslaagde zoektocht was. Deze voormiddag toch. Benieuwd wat de rest van de dag en het weekend brengen zal. Staat voorlopig vast: paardrijden L, voetbal N, Chiro en scouts, bezoek aan kringloopwinkel,… En dan zeggen ze dat het weekend dient om uit te rusten!

Zorgt zelf voor uzelf

Hetgeen ik u hier ga verkondigen, heeft geen rechtstreeks verband met de kinderen, maar toch ook weer wel. Ik probeer een erg aanwezige vader te zijn, er echt zoveel mogelijk echt te zijn voor hen. Al helemaal de week dat ze hier zijn. In de andere week, hoop ik dat ze weten ik bereikbaar én beschikbaar ben, maar laat ik hen ook met volle vertrouwen bij hun moeder zijn. En, zo kom ik tot het onderwerp, voor mezelf te zorgen. Om dan weer beter te kunnen en mogen zorgen voor hen. Hoewel, beter… het moet niet altijd beter. Om dan weer goed te kunnen en mogen zorgen voor hen. Dat is juister.

Zelfzorg. Het is zo een van die woorden en concepten die tegenwoordig nogal vlot rondgaan. Om de een of andere reden lijkt de nood en behoefte aan het zorgen voor zichzelf tegenwoordig erg in. Over het waarom hebben zeker al anderen met meer kennis van zaken heel wat boeiende dingen gezegd en geschreven. Die weg ga ik hier dus niet in. Ook ik ben fan, al heb ik het moeten leren inzien, aanvaarden en, dat was misschien nog het moeilijkste, zonder schuldgevoel toepassen.

Wat is dat nu, zelfzorg? In mijn ogen zijn we, als mens, een soort herlaadbare batterij. Het leven, het zorgen voor anderen, werken, sporten, al onze activiteiten vragen energie. De ene natuurlijk meer dan de anderen. Energie die we uit ons lichaam halen om al die dingen die we ‘moeten’ doen ook te kunnen doen. Die ‘   ‘ staan heel bewust bij het woord moeten. Want als we eens heel eerlijk kijken naar ons leven, hoeveel ‘moeten’ we dan echt? En van wie ‘moet’ dat? Denk maar aan een kind of puber (waarom moet dat?), zij stellen die vraag veel vaker dan wij. En hoe vaak kan u er een echt onderbouwd antwoord op geven…

Zelfzorg is dus die batterij weer opladen. Zorgen dat er op zijn minst een evenwicht ontstaat in het geven van energie en het bijvullen van het energiepeil. Want een lege batterij, dat willen we vermijden. Ik weet wel dat uit een aantal van de hierboven vermelde bezigheden ook energie gehaald kan worden. Heerlijk als je meer energie haalt uit je werk dan dat je erin steekt, om maar een voorbeeld te geven. Maar zo nu en dan, iets doen, enkel voor jezelf. Ik kan het alleen maar heel sterk aanbevelen.

Hoe ik aan zelfzorg doe? Ik geef graag enkele voorbeelden, voor mij werken ze. Ik hoop dat u, zeer gewaardeerde lezer, er iets aan heeft. Ik sta bijvoorbeeld niet zo graag om half vier aan de schoolpoort. Omdat ik nu enkele maanden thuis ben, had ik vaak de kans de kinderen op te pikken aan school. Maar het is er steeds een chaos van auto’s, te weinig parkeerplaatsen, veel gepraat over leerkrachten en school, kortom… niet helemaal waar ik graag mijn tijd sta te verdoen. Oplossing: de fiets of de opvang. Wanneer we kunnen, gaan we met de fiets. Aan de fietspoort staat minder volk en hoef ik geen parkeerplaats te zoeken. Ik kom aan om half vier en een paar minuten later zijn we weg. Gaan we toch met de auto, dan laat ik hen een half uurtje naar de opvang gaan. Tegen dat ik hen oppik, is alle chaos weg aan de poort en kan ik hen makkelijk oppikken. En dat half uurtje koek en fruit eten, spelen en babbelen, dat overleven ze heus wel.

Ander voorbeeld. Siësta. Ik ben een groot fan van mijn middagrustje. Afspraak hier in huis is dan ook heel simpel. Als papa even ‘gaat nadenken over het leven’, laten we hem gerust. Alleen als het huis in brand staat of er zijn drie beenbreuken, mag ik gestoord worden. Even ‘ademen’ in een meestal erg drukke dag. Het doet me erg veel deugd. Nog? Ik was dit weekend in de Ardennen. Ik alleen. Nu ja, met F de hond. 80km stappen in de bossen, geen mensen, geen huizen, alleen bomen lucht en water. Heerlijk. Op de stramme spieren na dan…

Nog eentje, om het af te leren? Hobby’s en naschoolse activiteiten. Heel leuk, leerzaam en nog veel meer positief. Met vier kinderen is dat vaak een moeilijke puzzel om iedereen te laten doen wat hij/zij wil. Komt daar nog een vader bij die zegt: ik ga niet elke dag van de week rijden. Ik wil minstens een dag per week gewoon met zijn allen thuis kunnen zijn. Het maakt de puzzel niet eenvoudiger, maar het leven wordt wel rustiger.

En in die momenten van rust, schuilt voor mij de zelfzorg. Dan kan ik me daarna weer ten volle op de kinderen, het huis, de wereld storten.