Schaatsende scouts

Gisterenavond was het een beetje feest. Tijdens de examenperiodes organiseren de scouts activiteiten op zaterdagavond. Zo kunnen de studenten een hele dag studeren ( de mogelijkheid is er… ) en ’s avonds ontspannen. Dat laatste gaat meestal beter.

Ik had aan de leiding laten weten dat ik wel wou rijden, L zocht en vond twee vriendinnen die mee zouden zorgen voor een volle auto. Vooraan in de auto, ik, B en M. Achteraan L en haar twee vriendinnen. Het was een openbaring, zo drie kwetterende pubermeisjes op een rij. Onderwerpen vlogen in compleet willekeurige volgorde rond, meningen werden geuit en bijgesteld, flexibeler dan goed gesmeerde windmolen in een zuidwesterstorm. Ik vroeg aan M, nu nog een heerlijk onschuldige 8-jarige of zij later ook zo zou worden. Het geruststellende antwoord ‘nee papa’ volgde al snel. Gelieve me deze illusie nog even te gunnen.

Fast forward naar 21u. Ik sta te wachten aan de uitgang, zie drie blije gezichten buiten komen en laad al dat jeugdig geweld in de auto. Op weg naar huis herneemt het gekwetter op de achterbank al snel, nu de avond en vooral de andere schaatsers besprekend. Ik focus me op de twee vooraan ( achteraan gaat het me te snel…) en krijg een paar heerlijke reacties:

B: het was disco –schaatsen. Die muziek was wel leuk, maar die lichten en knipperende spots, das best vervelend.

M: er waren er ook he papa, die waren de hele tijd aan t kussen. Dan kunt ge beter niet komen schaatsen, denk ik dan. Dat begrijp ik echt niet… schaatsen is zo leuk…

B: en op de banken zaten er ook de hele tijd te gsm’en. Blijf dan thuis he, uw zetel zit beter dan die banken…

Ik had het moeten opnemen, opdat ik het later, als zij in de hang- en kusfase komen, het nog eens kan afspelen. Maar nog liever zet ik de tijd nog even stil en wil ik graag dat ze zo nog even blijven. Dat het snel gaat, zie ik vandaag nog maar eens. N viert vandaag zijn 14e verjaardag. 14. Veertien. Mag het even minder snel gaan?

Een ei… ik moet het kwijt

Ik denk dat velen onder ons met eenzelfde ei zitten. Ik hoop het ook een beetje. Hoe lang gaat dat politieke spel nog duren?

Het klimaat: waarschuwing na waarschuwing wordt gelost. Wij, brave burgers, betalen ons blauw aan brandstof, mogen de steden niet meer in met de auto, moeten sorteren en zakken kopen, betalen voor het afval dat we in huis halen en weer buiten zetten. En versta me niet verkeerd, ik doe dat, geen probleem. Al kan ik me wel opjagen over het hele dieselverhaal. Eerst iedereen in een diesel steken en dan, hup, taksen omhoog…. Vive la Belgique…

Zondag liepen er 75000 mensen door Brussel. Wij willen actie, neem onze zorgen ernstig, ga echt aan de slag. Heel de politieke wereld kijkt goedkeurend toe, om dan per privévliegtuig naar Polen te vliegen en ambitieuze klimaatplannen, die verder gaan dan enkel burgers maatregelen opleggen, vrolijk af te keuren… Gevolgd door een oorverdovende politieke stilte… Geen van onze vier (!!!) klimaatministers wou reageren, tenzij om naar de ander te wijzen als schuldige.

Is het allemaal zo eenvoudig om industrie, luchtvaart en god weet welke sectoren maatregelen op te leggen? Waarschijnlijk niet. Deels omdat die sectoren een grote lobby hebben en onze politici bang maken: we verhuizen en nemen de jobs mee, we zetten iedereen op straat,…. Maar waarheen verhuizen als er Europese afspraken zijn, als er globale afspraken gemaakt worden? De bevolking daarentegen, tja, wij grommelen eens en zijn te druk bezig met rondkomen. Bekijk de stijgende armoedecijfers eens…

Het is een prachtig initiatief, die Warmste Week. Maar toch is het vreselijk dat er zoveel noden bestaan waarvoor vrijwilligers de oplossing moeten bieden. Kinderen met honger in de klas, mensen met een beperking die jarenlang moeten wachten op hulp, dierenbescherming die moet overleven op schenkingen en giften,… Gelukkig is er wel geld voor de aankoop van wat nieuw militair speelgoed.

Er zijn nog heel wat onderwerpen die een gelijkaardig betoog verdienen: migratiepact, uitstapvergoedingen, openbaar vervoer, leefloon, fiscaliteit … Maar ik rond af. Mijn punt is wel gemaakt, denk ik. Hoop ik.

Nog even dit: ik spreek bewust niet over politieke partijen en specifieke namen. Er zitten overal bekwame personen en euh…. anderen…

Op een rapport zou ik schrijven: je kan beter, tijd om je te herpakken.

Zie ginds komen…

Nee ik ga het even niet hebben over een goedheilig man en zijn ( tja, welk adjectief past hier tegenwoordig bij) pieten. Er zijn heel wat sites waar je alles en meer kan terugvinden over deze vrolijkerd en zijn vrienden.

Nee hier worden voorbereidingen getroffen voor ander leuks. Met twee kinderen in het middelbaar zijn het de examens die hier steeds meer het spanningsniveau bepalen. Misschien voorlopig nog enkel bij vader. Hoewel, in gesprek wordt er steeds bevestigd dat zij, N en L, het ook erg spannend vinden. Maar als vader dan suggereert toch al eens aan de voorbereiding te beginnen, wordt er meestal gedraaid met ogen, gevolgd door een gezuchte ‘ natuurlijk papa…’

L staat voor haar eerste reeks examens in het middelbaar. Bij haar is de spanning al wat groter. Ik hoop dat ik het allemaal ga kunnen… hier is mijn rol eerder supporteren en tips geven. Die tips worden gegeven vanuit een realistisch ‘ benieuwd of ze er iets mee zal doen’ gevoel. Zo nu en dan is een ‘Komaan, begin eraan’ ook wel op zijn plaats.

N zit in het derde jaar en beschouwt zich steeds meer als een ervaren student. Wat weet die oude man nu nog van school en studeren? ‘Tuurlijk kan ik heel goed samenvatten en leren met muziek volop en een constant piepende telefoon naast me… Dat is nu eenmaal zo tegenwoordig…’ Lotgenoten-ouders zullen deze gesprekken waarschijnlijk wel herkennen. Zag u hoe ik het neutrale woord ‘gesprekken’ gebruikte en niet koos voor ‘discussies’?

Duimen maar dat al het gedoe dat de komende weken voor ons ligt, ook zal opbrengen. Ik haal in ieder geval veel vers fruit in huis voor de vitaminen, chocolade voor de moeilijke momenten en snoep als aanmoedigend voedsel. Alle vertrouwen in die twee, ze komen er. Ieder langs het eigen pad. Ik kan alleen maar duimen en mee proberen te sturen, weg van de valkuilen en hindernissen die we als ouders vaak wél zien komen…

Een warme oproep!

Ik ben, zoals sommigen wel weten, al enkele maanden thuis. Depressie, burn-out, bore-out, u mag zelf een naam kiezen. Ik heb nooit de behoefte gehad er een exacte naam op te plakken. Zoals vaker is het waarschijnlijk een combinatie van meerdere dingen.

Ik heb erg diep gezeten, doodop, ongelukkig, aan alles twijfelend. En laat me u verzekeren, dat is geen pretje. Echt niet. Maar ik ben er bovenop. Zo goed als. Nu en dan een donkere dag, maar die zullen er bij blijven horen. Dat heb ik aanvaard en vind ik ok.

Sinds enkele weken durf ik zeggen dat het beter gaat, dat ik er zo goed als door ben. Ik heb ook besloten eindelijk weer aan het werk te gaan, ik kijk er naar uit. Aan de andere kant besloot ik ook om me even de tijd te gunnen. Tijd om een job of functie te vinden die me biedt wat ik zoek én ook de tijd om de batterijen echt weer op te laden. Allemaal stappen die ik zette in samenspraak met mijn arts en mijn jobcoach.

Maar goed, er moest even iets uit. Komt ie!

Terugkijkend op de periode die nu stilaan achter me ligt, stel ik vast dat echt medeleven, begrip en sympathie vaak ver te zoeken zijn als het gaat over ‘ziek zijn in het hoofd’. Versta me niet verkeerd, ik ga hier geen klaagzang afsteken. Ik ben erdoor en heb er heel veel uit geleerd. Misschien is het voor de bedoeling om toch iets meer empathie te creëren.

Ik ging een paar keer op vakantie. Aanvankelijk om even weg te zijn van alles, om even te vluchten van alles wat me naar beneden haalde en om te zoeken naar schoonheid. Schoonheid die ik vaak vind in de natuur. Ik ging later op reis in groep. Onder andere om te zien of ik klaar was om weer in groep te functioneren. Ik wandelde veel. Dat gaf, en geeft me nog steeds, rust. Ik probeerde de kinderen zo vaak mogelijk met de fiets naar school te brengen. Fijn, gezond en goed voor het milieu. Ik zocht, met andere woorden, naar zoveel mogelijk rust en positieve input om de strijd in mijn hoofd te kunnen blijven voeren en er niet aan ten onder te gaan.

Ik heb me daar nooit voor geschaamd en dat doe ik nog steeds niet. Ik heb daar open over gesproken en deelde het ook op de social media. Maar dat ligt blijkbaar zeer moeilijk. Als je thuis bent op doktersbevel, word je duidelijk niet geacht leuke dingen te doen. Je moet ongelukkig in je bedje liggen en vooral niets moois delen met de wereld. Want dan komen de reacties… ziek thuis en toch op verlof… als ge kunt gaan wandelen, kunt ge ook werken… ik wil ook wel eens rustig gaan fietsen en mooie zonsopgangen zien… profiteren van het systeem, dat is het ja…

Je kan blijkbaar maar beter thuis zitten met een fysieke ziekte. Daar is meer begrip voor. Dat is me erg duidelijk geworden. Vind ik dat erg? Voor mezelf niet, ik heb er heel veel uit geleerd. Soms krijg je heel warme reacties en steun uit hoeken die je zelf niet eens wist liggen, anderen die je als nabij beschouwde hoor je niet of negatief. Niet altijd prettig, wel leerzaam.

Afsluitend een warme oproep. Oordeel niet te snel, toon wat begrip en zorg goed voor jezelf en je naasten. Opdat noch jij noch zij belanden waar jammer genoeg steeds meer mensen belanden.

Er is een zeker verschil.

In een, althans in mijn hoofd, niet zo ver verleden, diende de vrijdagavond om af te spreken met vrienden, pinten te drinken, te kletsen en frequent op zaterdag wakker te worden met een erg enthousiaste kater in het hoofd. Ik vermoed dat er heel wat onder jullie zijn die zich dat nog kunnen herinneren of die dat patroon nog toepassen.

Zoals de titel al zegt, er is een zeker verschil. Ik neem graag de laatste vrijdag als voorbeeld.

Na school pik ik de kinderen op, we komen naar huis en ik start met de voorbereiding van het voederen. Er moet namelijk op tijd gegeten worden, de voetbaltraining en de balletles wachten nog op ons. Tegen half zeven verdwijnt N met de fiets naar de plaatselijke voetbalclub en stap ik met B in de auto naar de balletles. Omdat die les een uur duurt en het te zot is om op en af te rijden, wacht ik in de mooie gemeente H Op den B. Ik besluit een bezoek te brengen aan een van de leukste cafés van bovenvermelde gemeente, namelijk Staminee De Living (ongegeneerd maak ik hier even gratis reclame.)

Een huisgemaakte ice-tea en een tonic pompelmoes later, verlaat ik het etablissement. Voldaan van fruitsappen en suikers, een fijne babbel met de bardame en een flukse 80 jarige Heistenaar zorgden voor de nodige verbale input. Een heel uur op café op vrijdag, alcoholvrij,… zei ik al dat er een verschil is?

De rest van de avond zitten we met zijn allen in de zetel. Frangipane uit de oven, thee erbij. Eerst Thuis kijken, in uitgestelde modus. Daarna schakelen we over naar een commerciële(re) zender die kinderen en jongeren de kans geeft te zingen voor een live-publiek en heel wat kijkers. Had u me een aantal jaren geleden verteld dat ik daarnaar zou kijken en dat nog leuk zou vinden ook, ik had u zot verklaard.

Maar na een drukke week en zo net voor de vakantie, met zijn allen in de zetel en genieten van de rust en het samenzijn. Ik word waarschijnlijk stilaan oud, maar het deed erg veel deugd. En dankzij de 8-jarige Westvlaamse André Hazes zorgde voor de kers op frangipane!

 

Het komt dan misschien toch nog goed!

Vrijdagochtend. Voor vertrek naar school. M meldt me, even voor de neus weg: papa, ik heb alle stekkers uitgetrokken op mijn kamer. En op de gang. Want nu we voor twee weken naar mama gaan, is het een beetje gek dat bijvoorbeeld mijn wekker de hele tijd stroom verbruikt. L en B bevestigen dat zij hetzelfde deden, N gaat in stilte naar boven en meldt daarna dat hij hetzelfde deed.

Uit deze korte anekdote durf ik verschillende besluiten te trekken.

Als de jeugd stilstaat bij het verbruiken van energie, dan is er hoop voor de toekomst. Als zij beseffen dat ze met kleine daden een groot verschil kunnen maken, geloof ik dat het misschien toch nog allemaal goed kan komen.

Dan durf ik ook besluiten dat het gezaag als ‘doe de lichten uit, doe de deur toe, douche niet te lang’ en ander vrolijks, misschien toch af en toe binnenkomt én dus ook effect heeft.

Dan denk ik ook te mogen zeggen, op deze dag van de leerkracht, dat het onderwijs ook effect heeft. Het werken met de actualiteit en leren over energieverbruik en de verschillende bronnen, zorgt er mee voor dat er een bewustzijn ontstaat. Waarvoor dank, beste leerkrachten. Idem voor de jeugdbewegingen ( hier Scouts en Chiro) die al eens zwerfvuil rapen, het fietsgebruik promoten,…

Ik voel dan ook weer hernieuwde energie (!!) in mezelf om vol te houden in het bewust omgaan met het milieu en het nadenken over het gebruik van de auto, droogkast, afwasmachine en andere grotere energievreters.

Voornaamste besluit. Ik ben best trots op hen. Nu duimen dat die houding zich een beetje zal nestelen in wie ze zijn en zullen worden.

Kleine noot voor de aandachtige lezer: twee weken naar de mama? Jullie doen toch week-week regeling? Klopt, een terechte bedenking, jij aandachtige lezer. Maar ondergetekende krijgt de kans, met dank aan #Bootz en #AndersReizen om morgen te vertrekken, als vrijwillige reisbegeleider, naar Armenië. Moet ik nog zeggen dat ik daar blij van word?

Wil de wereld even meewerken?

Ik nam me voor te proberen niet in de val der clichés te trappen. Eerlijk te zijn, te delen wat goed gaat. Eerlijk te vertellen over wat moeilijker gaat. Niet alleen te jubelen, maar ook zorgen te delen.

Maar dan wordt mijn oudste dochter 12… een kantelpunt, zo voelt het toch een beetje. En dan is het heel erg moeilijk om dat alles te verwoorden zonder te hervallen in clichés. Ik wou een poging ondernemen, maar misschien drukken die stereotypen wel gewoon het beste uit wat ik ervaar.

Sinds een maand elke dag met de fiets naar het middelbaar, lessen leren, taken maken. Andere interesses, andere mensen, nieuwe vrienden en vriendinnen. Zo nu en dan een ‘ en die jongen is echt suuuuuperknap, papa!’ Dat ze het moeilijk heeft af en toe en, nog leuker, niet eens weet waarom, maakt het vaderlijke leven alleen maar euh… boeiender. Ja zo ga ik het noemen.

Die verandering van een klein meisje naar een groot meisje naar, hopelijk niet te snel, een jonge dame, ik vrees de die onherroepelijk is ingezet. En dat vervult me met verschillende gevoelens. Trots, dat zeker. Ze is een topper en ik ben er zeker van dat dat zo zal blijven. Ook een beetje angst. Ik vind het anders, een dochter loslaten ipv een zoon. Dat ligt aan mij, dat weet ik wel. Maar het gevoel is er wel. Snelheid, nog een cliché dat echt wel waar is. Ik weet nog dat ze mini was, klein, afhankelijk. Nu zoekt ze steeds meer zelf haar weg, stapt op een pony en meldt me dan trots dat ze meer dan een meter hoog sprong… ik verwijs hier graag even terug naar dat gevoel van angst. Bij mij, niet bij haar.

Ach, we doen voort. Proberen er een zo mooi mogelijke versie van een mens van te maken. Met een warm hart, stevige voeten en een open hoofd. Als de wereld nu even wil meewerken, dat maakt het voor iedereen toch wat aangenamer.